Het dak beschermt tegen klimaatinvloeden van buitenaf: grote temperatuurwisselingen, neerslag, wind en stof. Bovendien moet het dak ook de invloeden van het binnenklimaat aankunnen. En het dak heeft een gebruiksfunctie gekregen, we leven op het dak van een ander. Daarnaast ontwikkelden de zichtdaken zich steeds meer in vlakken die draaien, plooien of kantelen. De overgang van dak naar gevel vervaagt, er wordt dan ook over de vijfde gevel gesproken. In deze themapagina komen de verschillende vormen en opbouwprincipes aan bod.
Het aanbod en de mogelijkheden op het gebied
van dakramen, lichtkoepels en daglichtbuizen worden uitgebreid
in de themapagina
Dakramen behandeld. Dakbedekkingen, met uitzondering van
dakpannen en leien, komen aan bod in de themapagina Dakbedekking.
Koud dak
Hellende daken:
De ruimte onder de kap wordt met buitenlucht geventileerd en
is dus niet als gebruiksruimte aan te duiden. Deze constructie komt
steeds minder voor omdat de zolder geen gebruiksfunctie heeft, maar
wordt nog wel toegepast bij flauw hellende daken. De zoldervloer
wordt dan zo geconstrueerd dat deze met het daar onder hangende
plafond de warmte-isolatie biedt, maar de waterdamp doorlaat zodat
die onder de kap met de buitenlucht weg wordt geventileerd.
Platte daken:
Bij platte daken wordt van een geventileerde dakconstructie
gesproken. Vroeger werden platte daken veel uitgevoerd met
houten balklagen voorzien van gg-delen (geschaafd en geploegd) en
een dakbedekkingsysteem van teermastiek. Omdat er geen
isolatiematerialen voorhanden waren die direct onder de
dakbedekking aangebracht konden worden en omdat het teermastiek een
lage verwerkingstemperatuur had, werd het isolatiemateriaal
aangebracht tussen de houten balken. Uit de praktijk bleek dat een
dergelijke constructie over het algemeen maar matig tot slecht
functioneren door een slecht uitgevoerde dampremmende laag en een
niet beheersbare spouwventilatie.
Geventileerde dakconstructies als platte daken worden nog maar
weinig toegepast vanwege de uitvoeringsgevoeligheid en het
beschikbaar zijn van betere en nieuwe materialen die alternatieve
en gezonde dakopbouw mogelijk maken.
Warm dak
Bij een warmdakconstructie wordt het isolatiemateriaal aan de koude
kant van de onderconstructie gelegd, waardoor de constructie (hout
of beton) zelf altijd warm blijft. Het grote voordeel van een
warmdakconstructie is dat het aanbrengen van de dampremmende laag
en het isolatiemateriaal goed uitvoerbaar is. De dampremmende laag
en het isolatiemateriaal kunnen snel en relatief eenvoudig
vakkundig worden aangebracht zonder de kans op koudebruggen. De
waterdamphuishouding is afhankelijk van het binnenklimaat en de
uitvoering van de dampremmende laag. Het condenseren van waterdamp
onder het dakbedekkingsysteem is acceptabel mits dit maar in
beperkte mate plaats vindt en tijdens de zomer het vocht
ruimschoots kan verdampen.
Hellende daken:
Bij een hellend warm dak is de isolatielaag verplaatst naar de
dakconstructie en dus opgenomen in de dakvlakken. De zolderruimte
maakt daarmee deel uit van de gebruiksoppervlak binnen de woning,
of gebouw. De waterdamp moet nu dus de gelegenheid krijgen niet
alleen door de thermische isolatielaag te stijgen, maar ook door
het dakbeschot om via een spouwruimte tussen het beschot en de
dakpannen een uitweg te vinden. Omdat tegenwoordig de aansluitingen
van de pannen onderling van veel hogere kwaliteit is, lees meer
afgesloten, is het toepassen van een geventileerde nokken
noodzakelijk.
Als het hellend dak met shingles, zinken dan wel aluminium dakbanen of bitumineuze dakbedekking
wordt afgewerkt wordt er geen luchtspouw in de opbouw toegepast.
Het is dan van groot belang elke vorm van vochtophoping in de
constructie te voorkomen. Deze opbouw wordt vanbinnen altijd
dampremmend opgezet, waarbij het leefvocht op een andere manier
haar weg naar buiten moet vinden.
Bij een hellend warm dak kan de isolatielaag op verschillende
plaatsen worden aangebracht. Brengen we de isolatie aan de
binnenzijde van het dakbeschot aan, dan kan deze niet vochtig
worden door regendoorslag of stuifsneeuw. Meestal wordt de
dakconstructie dan aan de binnenzijde afgetimmerd met triplex of
spaanplaat, materialen die dus weer wel dampdoorlatend zijn. Het is
echter ook mogelijk dat de isolatie op de bovenzijde van het
dakbeschot wordt aangebracht. Het nadeel is dat een groot aantal
koudebruggen ontstaat ter plaatse van aansluitingen tegen muren en
beschadigingen van de isolatielaag bij het aanbrengen van panlatten
en pannen zelf. Veel gebruikte materialen als steen- en glaswol
zijn uitstekend dampdoorlatend. Met platen van kunststofschuim is
dit niet het geval.
Bron: Handboek Daken
Hoofdwerk
Definitie
Als een dak een hellingshoek groter of gelijk aan 3° heeft, wordt
het beschouwd als een hellend dak.
Dakvormen
Traditioneel worden de volgende dakvormen onderscheiden, die nog
steeds actueel zijn:
Zadeldak, Geveldak, Lessenaarsdak, Mansardekap, Dwarskap, Langskap, Schilddak.
Door de vlucht die 3D-moduleren nam in de architectuur worden
hedendaagse daken door de architect vaak als uitdaging gezien en
geheel in de architectuur geïntegreerd:
Luifeldak, Schaaldak, vijfde gevel.
Spanten
1. Steekspant
Een vormvaste driehoek wordt van liggers wordt opgebouwd uit houten
balken. De eenvoudigste uitvoering is het steekspant. Bij elke
traditionele spantconstructie kunnen verbeteringen in de relatie
tot sterkte en stijfheid worden aangebracht door hanenbalken,
drukschoren en een makelaar. Een hangspant of het ‘Hollands’ spant
zijn ook traditionele houten spanten. De spanten staan hart op hart
zo’n 8 tot 10 meter uit elkaar en worden altijd aangevuld met
gordingen of sporen. Vroeger werden de verbindingen van de
onderdelen van spanten met traditionele hout-op-hout verbindingen
uitgevoerd. Tegenwoordig maakt men veelvuldig gebruik van metalen
hulpmaterialen zoals spijkerplaten, metalen stripankers,
ringdeuvels.
2. Portaalspant
Vooral bij gebouwen met grotere overspanningen worden
portaalspanten gebruikt en worden meestal uitgevoerd in staal. Een
houten portaalspant wordt met gelamineerde
liggers en kolommen uitgevoerd.
3. Driescharnierspant
Ook deze worden gebruikt bij gebouwen met grote overspanningen. De
naam van het driescharnierspant is afgeleid van de 3 scharnieren
die bij de aansluiting met de fundering en de nok is opgenomen.
Voor de uitvoering kan staal, gelamineerd hout of een samengestelde
constructie gebruikt worden.
4. Vakwerkspant
Het principe van een vakwerkspant is gelijk aan het steekspant, een
stijve driehoek. Voordeel hiervan is dat waar het moment bij
hellende daken het grootst is het vakwerkspant het hoogst en
daardoor het sterkst is. In staal wordt zo’n spant samengesteld uit HE- of
kokerprofielen. Houten vakwerkspanten worden opgebouwd als een
houten vakwerkligger, met houten balken en vooral op trek
gedimensioneerd. Gelamineerde houten liggers zijn ook staat
grote overspanningen te overbruggen.
Gordingenkap
Als de balken in de dakconstructie van kopgevel naar kopgevel
overspannen spreekt met van gordingen, ofwel een gordingenkap.
Gordingen zijn in principe onderhevig aan dubbele buiging, door
belasting evenwijdig aan het dakvlak en haaks op het dak. Deze
belasting bepaalt de onderlinge afstand tussen de gordingen en de
afmetingen van de gording.
Sporenkap
Als de balken in de hellend dakconstructie van muurplaat naar nok
overspannen worden dit sporen genoemd, ofwel een sporenkap. Het is
een vrij traditionele en arbeidsintensieve constructie en wordt in
Nederland nog maar in beperkte mate toegepast.
Prefab dakkap
Daar waar woningen met hellende daken in een flinke serie worden
gebouwd gebruikt men tegenwoordig vaak een prefab dakkap. De gehele
opbouw en maatvoering, exclusief de dakpannen, wordt prefab
verwerkt in de panelen en het dak wordt kant-en-klaar met een kraan
in gehesen. Daarna is het slechts een kwestie van aansluitingen bij
kopgevels, muurplaten en knieschotten te verzekeren en de dakpannen
kunnen gelegd worden.
Bron: Handboek Daken
Hoofdwerk
Definitie
Als een dak een hellingshoek onder 3° heeft wordt het beschouwd als
een plat dak.
Beton
Bij betonnen plaatvloeren wordt een massieve plaat opgelegd op de
dragende constructie. Omdat de ponskrachten van een vlakke dakvloer
ter plekke van kolommen te groot kunnen zijn, wordt daar rondom ook
wel een dikkere dakvloer gestort en is ook wel bekend als een
paddenstoelvloer.
Naast een vlakke dakvloer is het ook mogelijk om het als
cassettevloer uit te voeren. Daarbij wordt aan de onderzijde beton
bespaart en ontstaat een balkenraster waarin de wapening opgenomen
wordt. Bij dit type dakvloer wordt dus beton en gewicht bespaart,
waardoor de dragende constructie ook lichter uitgevoerd kan worden.
Eén van de laatste ontwikkelingen op het gebied van
gewichtbesparing in betonnen dakvloeren is de toepassing van
kunststof bollen die tussen de onder- en
bovenwapening worden opgenomen. Verder lijkt de constructieve
werking van een bollenplaatvloer het meest op een traditionele
vlakke gewapende dakvloer.
Hout
Houten liggers onder platte dakvloeren kunnen enkelvoudig zijn,
maar voor de grotere overspanningen ook samengesteld uit houten
regels gecombineerd met houten plaatmateriaal, gelamineerd in
lengterichting door middel van een vingerlas of in de
hoogterichting of als een complete vakwerkligger in hout worden
uitgevoerd.
De samengestelde en gelamineerde liggers kunnen naast rechthoekig
ook I- of T-vormig zijn. Van de ene naar de andere ligger die de
grote afstanden overspannen als moerbalk kunnen voorts weer
enkelvoudige houten kinderbalken worden gelegd. Het dakbeschot kan
dan toch bestaan uit de houten plaatmaterialen die zelf een
minimale overspanning kunnen overbruggen, afhankelijk van de
toegepaste dikte. Gg-delen zijn ook toepasbaar en voor grote
overspanningen kunnen ook houten dooselementen worden gebruikt.
Houten vakwerkliggers worden zo samengesteld dat alle onderdelen op
trek worden belast. De koppeling tussen de liggers onderling kan
uitgevoerd worden met schetsplaten, boutverbindingen in combinatie
met schetsplaten, spijkerplaten of kramplaten, al dan niet
gecombineerd met boutverbindingen.
Staal
Bij grotere overspanningen en zonder esthetische eisen kan het
financieel voordeliger zijn om de balken in staal uit te voeren.
Enkelvoudige liggers, samengestelde liggers en vakwerkliggers zijn
dan de mogelijkheden, ook in een onderverdeling in moerbalken en
kinderbalken.
Bij de samengestelde liggers worden standaard stalen profielen aan
elkaar gekoppeld met staalplaat aan elkaar gelast. Een raatligger
is ook een vorm van geconstrueerde ligger, waarbij een IPE-profiel
in het lijf trapeziumgewijs wordt doorgesneden en de helften
verschoven van elkaar weer vast gelast worden.
Stalen vakwerkliggers kunnen veel trek opnemen, de druksterkte is
beperkt. Traditioneel worden stalen vakwerken uit warmgewalste
profielen opgebouwd en met boutverbindingen uitgevoerd. HE- en
kokerprofielen vergen de minste onderhoud.
Bron: Handboek Daken
Hoofdwerk
Hellende daken
1. Positie isolatie
Voordat men met het na-isoleren van een hellend dak gaat beginnen
moet vooraf de vraag worden gesteld of het aan de buitenzijde, dus
op het dakbeschot, of aan de binnenzijde, dus tussen de gordingen
dan wel sporen of zelfs eronder, toegepast wordt. Vanaf de
buitenzijde betekent het dat de aansluitingen van het dak op
kopgevels en de goten de ruimte moet bieden om een verhoogd
dakpakket netjes weg te kunnen werken. Is die ruimte er niet, als
bijvoorbeeld de buren niet meedoen of de detaillering zit te krap
in de maatvoering, dan is men aan de binnenzijde aangewezen.
2. Dampremmende laag
Zodra leefvocht aan de binnenzijde in de constructie kan komen,
moet het er aan de buitenkant ook weer uit kunnen. Als er aan de
buitenzijde een dampremmende laag zit, kan de isolerende laag niet
aan de binnenzijde worden aangebracht. Anders zou het
isolatiemateriaal inwendig nat worden, in geval van steen- of
glaswol, waardoor de isolerende waarde sterk achteruit gaat (de
stilstaande lucht wordt dan vervangen door water). Als er
kunststofschuimplaten worden toegepast, waarbij het vocht geen grip
heeft op de isolatiewaarde, krijgt vocht de kans zich tussen
constructieonderdelen op te hopen en zullen er zich op den duur
vochtplekken aftekenen op plafonds en muren.
Bron: Handboek Daken
Hoofdwerk
Platte daken
Hier verschijnt binnenkort inhoudelijke informatie over Na-isolatie
van platte daken.
NBD
Themanieuwsbrief Daken
Verschillende leveranciers tonen hier de
nieuwste product- en systeemontwikkelingen op het gebied
van daken.
Klimaatreinigende dakpan
De eerste dakpan die stikstofoxide van
uitlaatgassen door verkeer, industrie en verwarmingstoestellen
zuivert en omzet in niet schadelijke stoffen zoals
nitraatmoleculen, is op de markt.
PV in zinken dakbedekking
geïntegreerd
Geïntegreerd op de bodem van de
zinken dakbanen zijn fotovoltaïsche cellen
verlijmd die met een daartoe ontwikkeld
systeem de opgenomen energie afstaan aan het energienet van het
pand.
Kunststof dakbedekking met PV
cellen
Een waterdichte baanvormige dakbedekking met
geïntegreerde soepele amorfe fotovoltaïsche cellen is ontwikkeld.
Deze PV-cellen zetten zonne-energie om in bruikbare
elektriciteit.
Glazen schaaldak
Een zwierig atriumdak dat is uitgevoerd als
een immens grote glazen koepel. Het dak is uitgewerkt als een
spaceframe-achtig stijf schaaldak, dat ter plekke is samengesteld
met volgens een radiaal schema geplaatste 2D-spanten die vast aan
elkaar zijn verbonden met horizontale buizen (CHS).
Kunststof dakbedekking met amorfe
cellen
Duurzame en
milieuvriendelijke kunststof dakbedekking die fabrieksmatig
geïntegreerd is met Amorfe Silicium lichtreceptoren.
B
Bitumen: dakbedekkingsfolie gebaseerd op
aardolieproducten.
D
Dakbeschot: laag op de sporen of gordingen, waarop de
dakbedekking rust.
Dampdoorlatende laag: folie, aan de koude kant van
de isolatie, dat vocht (damp) doorlaat en water tegenhoudt.
Dampremmende laag: folie, aan de warme kant van de
isolatie, dat vocht (damp) tegenhoudt.
G
Gebruiksoppervlak: aanduiding voor het bruikbaar deel van
het vloeroppervlak, bepaald in NEN-norm 2580.
Gelamineerd hout: opgebouwd uit verlijmde houten
lagen.
Gording: dakliggers evenwijdig aan de
nokgording.
K
Kinderbalk: secundaire ligger.
Kopgevel: gevel waarop de nok rust.
Koudebrug: delen van gevel of dak waarbij de
constructie niet kan worden geïsoleerd.
A
Ligger: horizontale, dragende balk.
A
Moerbalk: hoofdligger.
Muurplaat: houten balk liggend op buitenwand, ter
ondersteuning van dakspanten of dakplaten.
P
Pons: doorboren van materiaal.
Prefab: geprefabriceerd bouwdeel.
S
Schetsplaat: dunne houten of metalen plaat die met
schroeven meerdere constructieonderdelen verbindt, meestal bij
houten vakwerk toegepast.
Shingle: bitumineuze leien voor daken of
gevels.
Spant: constructiedeel dat de kap ondersteunt.
Spoor: dakliggers haaks op de nokgording en
muurplaat.
Spouw: ruimte, al dan niet geventileerd, tussen
buiten- en binnenschil van gevelpakket of dakpakket.
T
Teermastiek: dakbedekking op basis van steenkooldestilaat.
Wordt niet meer toegepast maar komt vrij bij
renovatieprojecten.
V
Vakwerk: vormvaste constructie van staanders, liggers en
diagonale elementen; vakmanschap.
Vingerlas: verbindingsmethode, vooral gebruikt bij
hout-op-hout verbindingen.
Voor gebogen daken levert Opstalan isolerende, zelfdragende dakelementen, ...
Lees verderHet Bemo® felssysteem is een dakbedekking op basis van metalen...
Lees verderVoor maximale transparantie en optimaal daglichtinval wordt v...
Lees verderStichting DAKMERK is het enige door het Ministerie van Economische Zaken e...
Lees verderDAKMERK is in 1992 opgericht vanwege de “wildgroei”, op het gebied van...
Lees verderIsolerende, zelfdragende en waterkerende sandwich dakelementen voor hellen...
Lees verderSandwich SW PIR SK elementen, Dakelementen voor
sporenkappen.
Isoler...
Rockwool Taurox Afschot is een drukvaste dakisolatieplaat van steenwol met...
Lees verderDoor de combinatie van de hoge druksterkte, waterdichtheid en de compacte,...
Lees verderOpstalan biedt dak- en geveloplossingen voor de grootst mogelijke variatie aan nieuwbouw en renovatieprojecten in ...
Lees verder